Beleggingscollege
Les 1 van 9 8 min 50 XP

Waarom beleggen?

Sparen voelt veilig en beleggen voelt spannend. Maar wie zijn geld tientallen jaren op een spaarrekening laat staan, neemt ongemerkt ook een risico: dat het elk jaar een beetje minder waard wordt.

De stille dief: inflatie

Inflatie betekent dat alles langzaam duurder wordt: je boodschappen, je huur, je kop koffie. Voor jou als spaarder betekent het dat elke euro op je rekening volgend jaar iets minder koopt dan vandaag. Je saldo blijft gelijk, maar je koopkracht krimpt.

De Europese Centrale Bank mikt op ongeveer 2% inflatie per jaar, maar in de praktijk schommelt het. In 2022 liep de Nederlandse inflatie zelfs op tot boven de 10%. Zolang je spaarrente lager is dan de inflatie, word je in koopkracht elk jaar een stukje armer, ook al zie je het bedrag op je rekening niet dalen.

Dat is precies waarom alleen sparen op lange termijn een verborgen kostenpost heeft. Voor je buffer is dat prima, maar voor geld dat tien jaar of langer stilstaat, is het zonde.

Rekenvoorbeeld: € 10.000 op de spaarrekening

Stel: je hebt € 10.000 op een spaarrekening met 1,5% rente, terwijl de inflatie gemiddeld 3% is. Na 10 jaar staat er € 11.605 op je rekening. Klinkt goed, maar in koopkracht van nu is dat nog maar zo'n € 8.600 waard. Zonder rente was het zelfs gezakt naar ongeveer € 7.400 aan koopkracht. Je verliest dus geen euro's, maar wel wat je ermee kunt kopen.

Wat beleggen anders maakt

Beleggen betekent dat je je geld aan het werk zet: je koopt een stukje van bedrijven (aandelen) of leent geld uit (obligaties) en deelt mee in de winst of rente. Historisch leverde een breed gespreide aandelenportefeuille over lange periodes gemiddeld zo'n 5 tot 7% per jaar op ná inflatie. Dat is een gemiddelde over vele decennia, geen belofte voor volgend jaar.

De prijs die je daarvoor betaalt is beweeglijkheid. Beurzen dalen soms hard: in 2008 halveerde de AEX ongeveer, en begin 2020 verdampte in weken zo'n 30%. Wie toen niet in paniek verkocht, zag de markten daarna herstellen. Beleggen loont historisch juist doordat je die schommelingen accepteert.

Belangrijk om eerlijk te zeggen: rendement uit het verleden biedt geen garantie voor de toekomst. Wat wél zeker is: op een spaarrekening met rente onder de inflatie verlies je gegarandeerd koopkracht. Je kiest dus niet tussen risico en geen risico, maar tussen twee verschillende soorten risico.

De tijdshorizon: je belangrijkste vriend

Hoe langer je geld belegd kan blijven, hoe kleiner de rol van tussentijdse dips. Een crash van 30% is dramatisch als je het geld volgend jaar nodig hebt, maar over een periode van 30 jaar is het historisch gezien vaak een rimpeling in een stijgende lijn geweest.

Daarom is de eerste vraag van elke belegger niet 'wat moet ik kopen?' maar 'wanneer heb ik dit geld nodig?'. Geld voor de korte termijn hoort op een spaarrekening, geld voor de lange termijn mag werken.

  • Korter dan 5 jaar nodig? Sparen is dan meestal logischer dan beleggen.
  • 5 tot 10 jaar? Beleggen kán, maar houd je risico beperkt.
  • Langer dan 10 jaar? Dan heeft beleggen historisch de beste papieren.
  • Altijd eerst: een buffer van enkele maanden vaste lasten op een spaarrekening.

Beleggen is geen gokken (als je het goed doet)

Veel beginners verwarren beleggen met speculeren: snel handelen, hypes najagen, hopen op een klapper. Dat is dichter bij het casino dan bij vermogensopbouw. Beleggen zoals wij het in deze cursus bedoelen is breed gespreid, goedkoop en geduldig meegroeien met de wereldeconomie.

Morgan Housel laat in The Psychology of Money zien dat succes bij beleggen zelden draait om intelligentie en bijna altijd om gedrag: rustig blijven, lang volhouden, niet te veel willen. Dat is goed nieuws, want gedrag kun je trainen. Daar gaat deze cursus je bij helpen.

Test je kennis
1/4

Je hebt € 10.000 op een spaarrekening met 1,5% rente, terwijl de inflatie 3% is. Wat gebeurt er dat jaar met je koopkracht?